Minister slaagt er niet in om kritiek Bashi-premie te pareren

· - leestijd 2 minuten
Minister van Financiën, Javier Silvania
Minister van Financiën, Javier Silvania Minister van Financiën, Javier Silvania

WILLEMSTAD - Minister van Financiën Javier Silvania heeft gereageerd op de beschuldiging van het College financieel toezicht dat de Bashi-premie, in de aanloop naar de verkiezingen in maart, wel degelijk volgt uit eerdere beleidsintenties. Daarmee biedt die reactie inzicht in de overwegingen achter de toekenning van de Bashi-premie, maar neutraliseert de constatering van het Cft niet. De uitgaven zijn buiten de formeel vereiste begrotingsautorisatie om gedaan, hetgeen in strijd is met de begrotingsprocedures van de Rft.


Redactioneel commentaar | Dick Drayer

De verdediging van de regering is beleidsmatig verklaard, maar is juridisch en procedureel onvoldoende om de zorg van het Cft weg te nemen.

De regering van Curaçao heeft begin 2025 zogenoemde Bashi-premies uitgekeerd aan ambtenaren, gelijkgestelden, gesubsidieerde instellingen en AOV-gerechtigden. Deze uitbetaling leidde tot kritiek van het College financieel toezicht (Cft), dat in zijn analyse van de eerste uitvoeringsrapportage van 2025 vaststelde dat deze uitgaven niet vooraf formeel zijn goedgekeurd door het parlement via een begrotingsstuk. Daarmee staat de rechtmatigheid van de uitgaven onder druk, ondanks de inhoudelijke motivering die de regering heeft gegeven.

In een daaropvolgend persbericht verdedigt de regering haar beslissing door te wijzen op de koopkrachtproblematiek en de aanhoudende gevolgen van inflatie voor groepen met een laag inkomen. Volgens het ministerie van Financiën stond in de begroting 2025 – als onderdeel van de Nota van Financiën – vermeld dat bij voldoende financiële ruimte er mogelijkheden zouden worden bekeken om kortingen op arbeidsvoorwaarden terug te draaien. De regering stelt dat deze intentie ruimte bood voor de eenmalige bonus. Op basis van realisatiecijfers over 2024, bekend geworden op 21 december, is op 30 december 2024 via een ministerieel besluit besloten tot uitbetaling van de premie in januari 2025.

Kern van de kritiek

Maar de kern van de kritiek van het Cft ligt niet bij de politieke of economische motieven achter de premie, maar bij de formele procedure: uitgaven van deze aard dienen vooraf expliciet geautoriseerd te worden door het parlement, in lijn met de regels van de Rijkswet financieel toezicht (Rft).

Het opnemen van een beleidsvoornemen in de toelichting bij de begroting geldt daarbij niet als formele begrotingsautorisatie. In de praktijk betekent dit dat het parlement afzonderlijk moet instemmen met concrete budgetwijzigingen via een zogenoemde suppletoire begroting.

De regering erkent in het persbericht dat deze formele autorisatie pas later zal plaatsvinden. Een aangepaste begroting met daarin de Bashi-premie is nog in voorbereiding en wordt pas aangeboden aan de Raad van Advies nadat er duidelijkheid is over de herfinanciering van de obligatielening die in 2025 afloopt. Pas daarna wordt deze voorgelegd aan de Staten. Hiermee bevestigt de regering impliciet dat de premie is uitgekeerd voordat de begrotingswijziging aan het parlement werd voorgelegd, en dus zonder voorafgaande instemming.

Juridisch en begrotingstechnisch is daarmee het bezwaar van het Cft gegrond: de handeling van de regering druist in tegen de vereiste procedure waarin het parlement als budgetrechtelijk orgaan vooraf besluit over extra uitgaven. Dat de regering goede redenen had om de premie uit te keren – ter compensatie van koopkrachtverlies en ter erkenning van offers die personeel de afgelopen jaren heeft gebracht – doet daar niets aan af.

De Bashi-premie, hoe sympathiek of sociaal ook bedoeld, vormt daarmee een schoolvoorbeeld van het spanningsveld tussen politieke intenties en begrotingsrechtelijke kaders. In een land waar financiële controle onder toezicht staat van het Koninkrijk, is het strikt volgen van begrotingsregels geen formaliteit, maar een voorwaarde voor vertrouwen en goed bestuur.

Het is aan de Staten van Curaçao om deze zaak alsnog formeel te beoordelen zodra de aangekondigde suppletoire begroting wordt ingediend. Tot die tijd blijft de constatering van het Cft overeind: de uitgaven zijn gedaan zonder voorafgaande parlementaire autorisatie, wat strijdig is met de regels van financieel toezicht.


1.050 keer gelezen

Deel dit artikel: